Signalen en kenmerken groep 1 – 2

In groep 1 en 2 kun je nog niet spreken van lees- en spellingproblemen, de kinderen leren immers nog niet lezen en schrijven. Er kunnen wel bepaalde signalen, risicofactoren zijn waardoor de lees- en spellingontwikkeling in groep 3 en hoger misschien minder makkelijk zal verlopen.

Deze risicofactoren zijn:

  • er zijn spraak- en/of taalproblemen of het kind is laat gaan praten
  • in de familie komt dyslexie voor
  • het kind heeft moeite met het leren van namen of kleuren
  • het kind heeft moeite met rijmen en het leren en onthouden van versjes en gedichtjes
  • het kind heeft woordvindingsproblemen: het heeft moeite met het snel en goed benoemen van voorwerpen, gebruikt stopwoordjes of vervangende gebaren
  • het kind heeft moeite met de taalspelletjes die voorbereiden op het lezen en spellen in groep 3

Het is belangrijk dat een kind goed voorbereid begint aan het leesproces in groep 3. Dit kan door middel van een “voorschotbenadering” in de kleutergroep.
Bij de begeleiding wordt uitgegaan van de leeftijd van het kind. Het aanleren van de diverse vaardigheden gaat zonder tijdsdruk en veelal in spelvorm met veel ondersteuning en hulp.

Signalen en kenmerken groep 3

Kenmerken van lees- en spellingproblemen in groep 3:

  • het leren lezen en spellen gaat beduidend langzamer dan bij klasgenoten
  • moeite met het aanleren van de letters
  • moeite met het “plakken” van letters tot woorden
  • woorden letter voor letter blijven lezen: spellend lezen
  • lezen in een redelijk normaal tempo, maar met veel fouten: radend lezen
    problemen met de auditieve vaardigheden: moeite met het horen van het verschil in klanken of woorden die op elkaar lijken, bijv. /eu/ /ui/, /m/ /n/, muis mus
  • bij schrijven worden letters die veel op elkaar lijken door elkaar gehaald ( bijv b d). Dit doen veel kinderen een tijdje, maar bij dyslectische kinderen duurt dit langer

De behandeling richt zich op de kenmerken van het leesprobleem: de letterkennis, het “plakken” van de woorden en/of nauwkeurig lezen. Bij het oefenen van het lezen wordt ook aandacht besteed aan de spelling. De oefeningen sluiten aan bij de mogelijkheden van het kind. Er is regelmatig overleg met de leerkracht om de behandeling zo effectief mogelijk te laten zijn.

Signalen en kenmerken groep 4-8

Kenmerken van de lees- en spellingproblemen in groep 4-8

  • lezen in een traag tempo, bij het lezen van (nieuwe) woorden spellend lezen/ ”hakken en plakken”
  • lezen in een redelijk normaal/ vlot tempo, maar met veel fouten: radend lezen
  • problemen met de auditieve vaardigheden.
  • Moeite hebben met het horen van het verschil in klanken/ woorden die op elkaar lijken, bijv. /eu/ /ui/, /m/ /n/, muis mus
  • een hekel hebben aan lezen
  • door de lees- en spellingproblemen last van spanningen en frustraties die zich op diverse manieren kunnen uiten:
    • druk of juist teruggetrokken gedrag,
    • buikpijn,
    • slecht slapen,
    • niet naar school willen,
    • onzekerheid
  • veel spelfouten en het schrijven van een tekstje duurt lang
  • veel woorden worden geschreven zoals ze klinken, bijv. dislekties i.p.v. dyslectisch

De behandeling richt zich specifiek op het leesprobleem: de spellende/ trage lezer leert om vloeiender en daardoor ook vlotter te lezen, de radende lezer leert nauwkeurig te lezen.
Het kan belangrijk zijn om voor andere vakken op school aanpassingen te regelen voor het lezen en/of de spelling.

  • werken met een leesmaatje of een hulpmiddel als een Daisyspeler (voorleesapparaat).
  • voor spelling kan het nodig zijn om (meer) met de computer te werken, al dan niet met speciale programma’s
executieve functies